Vragen over wetsvoorstellen zorg en dwang

Vragen over wetsvoorstellen zorg en dwang

Onderstaande brief hebben we gestuurd aan het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport:

7 februari 2018
Betreft: Vragen over wetsvoorstellen zorg en dwang.

Beste Hugo de Jonge,

Naar aanleiding van het plenair debat over de wetsvoorstellen over dwang in de zorg, heb ik nog een aantal vragen voor u. Hoewel ik de toegenomen mogelijkheden van de patiënt, familie en de patiëntenvertrouwenspersoon om toezicht op en inspraak over de behandeling te hebben echt een flinke verbetering vind ten opzichte van de huidige wet BOPZ, heb ik mijn twijfels over deze wetsvoorstellen.

1. Bent u zich er van bewust dat de wetsvoorstellen het voor hulpverleners mogelijk maakt om handelingen uit te voeren die normaliter strafbaar zijn, waaronder vrijheidsberoving (art. 282 Sr.), dwang (art. 284. Sr.) en, gezien separatie, fixatie, insluiting en dwangmedicatie als doel hebben iemand in een staat van onmacht te brengen, ook geweldpleging (art. 81 Sr.)?

2. Kunt u uitleggen waarom deze handelingen in het wetsvoorstel verplichte GGZ zijn gedefinieerd als “zorg” en hoe deze handelingen de “gezondheid bevorderen en lijden verlichten”, zoals de artseneed voorschrijft?

3. Uit gesprekken met patiënten begrijp ik dat een goede hulpverleners niet deskundig hoeft te zijn, maar wel moet kunnen luisteren. Oftewel, dat hij probeert om de patiënt echt te begrijpen. Gezien hun handicap onzichtbaar is, is het doorgaans moeilijk voor patiënten om erkenning en begrip te krijgen voor hun problemen en aan te geven welke zorg ze nodig hebben. Ik heb geprobeerd om aan hulpverleners uit te leggen dat niet de psychische stoornis, maar onbegrip, het toepassen van drang en angst voor dwang meestal de reden is waarom patiënten zich tegen de hulpverlener verzetten en soms agressief worden. Dit bleek een extreem gevoelig onderwerp. Ik vermoed dat hulpverleners het belang van praten wel begrijpen, maar hier vaak niet de mogelijkheid toe hebben, zoals ook blijkt uit het recente artikel in de Trouw getiteld “Goedkoop is duurkoop in psychiatrie”. Gezien uitgebreidere mogelijkheden voor het toepassen van dwang er niet toe gaan leiden dat hulpverleners beter gaan luisteren naar hun patiënten en daardoor beter kunnen bepalen welke zorg zij nodig hebben, kunt u uitleggen hoe het nieuwe wetsvoorstel zal leiden tot betere zorg en niet gebruikt zal worden om het gebrek aan zorg te maskeren?

4. Gezien er binnen de psychiatrie weinig duidelijkheid is over wat psychische problemen veroorzaakt en hoe deze genezen kunnen worden, richt de psychiatrie zich doorgaans op symptoombestrijding. Echter, bij het verwerken van psychotrauma zien we vaak eerst een toename van symptomen, voordat er sprake is van herstel. Zijn psychiaters wel in staat om symptomen die onderdeel zijn van een natuurlijk herstelproces te herkennen? Zo nee, kunnen psychiaters dan nog waarborgen dat de dwangbehandeling in het belang is van de patiënt?

5. Binnen de wetenschap is er een populaire opvatting dat traumatisering de oorzaak is van de meeste psychische problemen. Bauke Koekkoek, aanwezig bij de deskundigenbijeenkomst, heeft per email laten weten aanhanger te zijn van deze opvatting. Voor het verwerken van trauma’s is het essentieel dat de behandelaar eerst een goede vertrouwensrelatie opbouwt met de patiënt, zodat die zich echt veilig kan voelen, alvorens het trauma te verwerken. Gezien dwang doorgaans een cruciale rol speelt in traumatisering, denk bijvoorbeeld aan gedwongen seks, kunt u uitleggen hoe een behandelaar in staat is die noodzakelijke vertrouwensrelatie op te bouwen met een patiënt als de behandelaar bereid of verplicht is om dwang toe te passen?

6. Het valt me op dat een gedwongen behandeling vaak inhoud dat de behandelaar controle probeert te krijgen over de patiënt en deze gebruikt om ongewenst of onbegrepen gedrag van de patiënt te onderdrukken. In de wetsvoorstellen zie ik dit terug in de voorwaarden, afspraken of leefregels die de patiënt opgelegd kan krijgen, waarbij verplichte zorg wordt ingezet als dwangmiddel. In de praktijk wordt die controle vaak ook nog verkregen door verplichte zorg toe te passen als straf. Hiermee verliest de patiënt controle over zijn eigen leven. Hij is tenslotte continu bezig om zijn psychische stoornis onder controle te houden, wat ten koste gaat van zijn belastbaarheid. gepaard gaan met hevige gevoelens van angst, schuld en schaamte, met als gevolg dat hij minder goed in staat is om met de gevolgen van zijn psychische stoornis om te gaan. Deelt u mijn mening dat dit contraproductief is en resulteert in ‘wandelende tijdbommen’?

7. Tijdens het debat werd verteld dat doorbreking van het beroepsgeheim straks ingezet kan worden als ‘laatste redmiddel’ bij een weigerende observandus, oftewel als dwangmiddel. Nu betrokkene gedwongen wordt mee te werken aan zijn eigen veroordeling, is de met de observatie verkregen informatie nog rechtsgeldig?

8. Kan dit er toe leiden dat iemand die getuige is van een ernstig delict en daardoor in verwarde toestand raakt, opgepakt wordt als verdachte en vervolgens TBS opgelegd krijgt, waardoor de werkelijke dader vrijuit gaat?

9. Gezien de twijfelachtige resultaten van TBS om recidive te voorkomen en gezien ‘ontoerekeningsvatbaarheid’ niet in lijn is met het recht op zelfbeschikking (art. 12, CRPD), zou het niet veel makkelijker zijn om daders altijd in de gevangenis te plaatsen en te zorgen dat daar adequate toegang is tot psychische zorg? Hiermee zou het probleem van de weigerende observandus geheel omzeild worden.

10. Zoals de Heer Schnabel aangaf, wordt de psychiatrie al ruim een eeuw gebruikt om de samenleving te beschermen tegen mensen met een psychische handicap. Zo rond de jaren ’30 is dit uitgebreid om de samenleving ook te beschermen tegen homoseksuelen, transgenders, de Roma, de Sinti en de Joden. Zoals u ongetwijfeld weet, werd de samenleving daar echt niet veiliger van. Na 1945 werd de bescherming tegen de Joden meteen stopgezet. Homoseksuelen kregen nog een tijd lang TBS tenzij ze ‘vrijwillig’ kozen voor castratie, maar gelukkig eindigde deze bescherming in de jaren ’70. Voor transgenders bleef castratie verplicht tot 2014. Vanaf ca. 1980 werden mensen met een fysieke handicap niet langer weggestopt in de bossen of duinen om de samenleving tegen hen te beschermen. Bescherming van de samenleving tegen verschillende bevolkingsgroepen wordt dus gestaag afgebouwd, al hebben we nog wel een weg te gaan. Gemeentes hebben nog steeds een uitsterfbeleid om de samenleving te beschermen tegen de Roma en de Sinti. En met de wet BOPZ wordt nog steeds gebruikt om de samenleving te beschermen tegen mensen met een psychische handicap. Vindt u ook dat afbouw van deze bescherming een teken is van maatschappelijke vooruitgaan?

11. Helaas is het niet alleen afbouw. Zo wordt de samenleving nu ook beschermd tegen vluchtelingen. Daarnaast is er een sterke wens om die bescherming tegen vluchtelingen en de bescherming tegen mensen met een psychische handicap uit te breiden. Ook bestaat bij sommigen de wens om de samenleving te gaan beschermen tegen Moslims. Wetgeving die deze bescherming moet regelen, waaronder ook de wetsvoorstellen over dwang in de zorg, stuiten keer op keer op problemen met mensenrechtenverdragen. Vind u het ook fijn dat mensenrechtenverdragen op deze manier ons beschermen tegen onverstandige wetgeving?

12. Gezien mensen met een psychische handicap kwetsbaarder zijn voor mishandeling, misbruik, intimidatie en discriminatie, doet de overheid wel voldoende om psychiatrische patiënten te beschermen tegen de samenleving? Dit om te voorkomen dat deze mensen zichzelf moeten gaan beschermen.

13. Het besluit middelen en maatregelen BOPZ staat uitsluitend toe om separatie te gebruiken in noodgevallen voor ten hoogste 7 dagen. Toch blijkt uit Jolijn’s verhaal dat het ook toegepast wordt als ‘behandeling’. Ook blijkt dat separatie vaak veel langer dan 7 dagen wordt toegepast of wordt toegepast als straf. Ik heb meerdere verhalen gehoord over hulpverleners die lachend achter de bewakingscamera’s kijken naar hoe patiënten in de isoleercel hun keel kapot schreeuwen of hun hoofd stukslaan tegen de muur. Uit onderzoek dat in 2014 is uitgevoerd door Universiteit Leiden, blijkt dat dwang binnen jeugdzorg nog vaak gebruikt wordt als straf. Zo laat het onderzoek weten dat kinderen bijvoorbeeld onderzocht werden in hun mond, anus en vagina, niet om te controleren of ze daar verboden voorwerpen verstopten, maar als straf. Deelt u mijn mening dat de betere rechtsbescherming in de wetsvoorstellen weinig zin hebben, als er niets gedaan wordt aan de betreurenswaardige fysieke bescherming van patiënten en het OM consequent weigert om daders van deze ernstige misdrijven strafrechtelijk te vervolgen?

14. Zou het zo kunnen zijn dat de psychiatrie vooral als doel heeft om de samenleving te beschermen tegen de vaak verschrikkelijke gebeurtenissen die mensen met een psychische handicap hebben meegemaakt, opdat de samenleving zich kan wanen in veiligheid, zich niet verplicht voelt deze misstanden aan te pakken en zich niet schuldig hoeft te voelen dat deze mensen niet de steun en zorg krijgen die ze zo hard nodig hebben?

Ik zie uit naar uw antwoorden.

Met vriendelijke groet,

Eén gedachte over “Vragen over wetsvoorstellen zorg en dwang

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *